Wanneer
we met een auto rijden, voelen we ons vaak heer en meester op de rijbaan. Maar
er zijn ook zwakke weggebruikers waar we rekening moeten mee houden.
INHOUD:
ALGEMEEN
MOGELIJKE OVERTREDINGEN.
Oversteekplaats voor voetgangers.
Oversteken op de rijbaan.
Kruispunt.
Minibus, autobus, autocar, tram.
Parkeren en stilstaan.
VERKEERSBORDEN
SPEELSTRAAT
Wat
Betekenis
Rijgedrag
PERSONEN DIE AANWIJZINGEN KUNNEN GEVEN
GROEPEN VOETGANGERS
Stoeten
Verlichting
Deze pagina is volgens de wetgeving in BELGIE
Voor de wetgeving in NEDERLAND:
KLIK
ALGEMEEN
Ongetwijfeld is de VOETGANGER de zwakste van alle weggebruikers. Vandaar ook
dat de wetgever hem een speciale bescherming toekent.
- De bermen en de begaanbare trottoirs zijn bestemd voor de voetgangers.
- Zijn er geen begaanbare trottoirs of bermen, dan mogen de voetgangers de andere gedeelten van de openbare weg volgen.
- Wanneer de voetgangers
de rijbaan volgen, moeten zij zich zo dicht mogelijk bij de rand van de rijbaan
houden en behoudens bijzondere omstandigheden links in de door hen gevolgde richting
gaan.
Links:
doorlopend fietspad / Rechts: zebrapad
d. Is er op minder dan 30 meter
geen oversteekplaats voor voetgangers, maar wel een oversteekplaats
voor fietsers die haaks op de aslijn van de rijbaan is aangebracht,
dan mag de voetganger deze gebruiken.
Kruispunt
met doorlopend fietspad en oversteekplaats voor voetgangers. In tegenstelling
tot de driekleurige verkeerslichten, die rechts van de rijbaan moeten opgesteld
worden en langs links kunnen herhaald worden, geldt dit niet voor tweekleurige
verkeerslichten. De tweekleurige lichten voor voetgangers op deze foto staan
links van het zebrapad en moeten dus opgevolgd worden.
ALGEMENE REGELS EN MOGELIJKE OVERTREDINGEN
1. Oversteekplaats voor voetgangers.
a.
algemeen
Om het oversteken te vergemakkelijken zijn er op de openbare weg oversteekplaatsen
voor voetgangers voorzien.
Voetgangers moeten daarvan gebruik maken als er een oversteekplaats
op minder dan 30 meter van hen verwijderd
is.
Een voetganger die zich op een oversteekplaats wil begeven moet voorzichtig zijn, maar krijgt voorrang.
ANIMATIE
Wil je deze animatie in het groot zien, klik dan hiernaast op het logo van derijprof.be.
b. Wanneer moet je voorrang verlenen aan een voetganger?
Voetganger heeft voorrang
Aan een voetganger die op het punt staat de
oversteekplaats voor voetgangers te betreden, moet voorrang
verleend worden op plaatsen waar het verkeer niet geregeld
wordt door een bevoegd persoon of door verkeerslichten.
Deze regels gelden op elke plaats, niet alleen op een kruispunt.
Je kan bijvoorbeeld ook een oversteekplaats voor voetgangers hebben
ergens op een lange weg, op een plaats waar er geen kruispunt
is.
c. Mogelijke overtredingen: (Tip examen)
Parkeren
of stilstaanop een oversteekplaats voor voetgangers.
Parkeren
of stilstaan op de rijbaan op vijf meter voor een oversteekplaats
voor voetgangers.
Wanneer
een voertuig een oversteekplaats voor voetgangers nadert of er
vertraagt of er stopt, mag het niet ingehaald worden.
2. Oversteken op de rijbaan waar geen zebrapad is.
a. Algemeen:
Voetganger krijgt geen voorrang
Als er geen oversteekplaats voor voetgangers
aanwezig is (of binnen een afstand van 30 meter) mogen voetgangers
de rijbaan haaks oversteken, als het verkeer hierdoor niet gehinderd
wordt.
b. Voorrang?
Een voetganger die zo de rijbaan oversteekt heeft geen voorrang.
3. Afslaan op een kruispunt.
Een bestuurder die op een kruispunt naar links of rechts wil afslaan, mag
bij dat afslaan de voetgangers niet hinderen, ook als die niet over een oversteekplaats voor voetgangers stappen.
Hij moet hen voorrang verlenen en indien nodig stoppen.
ANIMATIE
Wil je deze animatie in het groot zien, klik dan hiernaast op het logo van derijprof.be.
ANIMATIE
Wil je deze animatie in het groot zien, klik dan hiernaast op het logo van derijprof.be.
ANIMATIE
Wil je deze animatie in het groot zien, klik dan hiernaast op het logo van derijprof.be.
Heb je als bestuurder groen licht, dan moet je nog altijd de voetgangers
die zich op de oversteekplaats voor voetgangers bevinden, voorrang geven.
Ook als het speciale verkeerslicht voor voetgangers intussen rood geworden
is, terwijl ze zich op de oversteekplaats bevinden.
4. Minibus, autobus, autocar, tram.
Geen
vluchtheuvel
-
Bestuurders moeten hun snelheid matigen als zij langs een minibus, autobus
of tram rijden die stilstaat om de reizigers te laten in- en uitstappen.
- Als er langs de zijde waar de reizigers in- of uitstappen geen vluchtheuvel
is, moet een bestuurder, als het nodig is, stoppen om de mensen de kans
te geven het voertuig of het trottoir te bereiken.
-
Extra voorzichtigheid is nodig wanneer je een voertuig nadert waarop het
bord: "opgepast schoolkinderen" is aangebracht.
- Heeft de chauffeur van dit voertuig de vier knipperlichten van de bus
aangezet, dan wil dit zeggen dat kinderen in- of uitstappen. Alle bestuurders
moeten dan extra voorzichtig zijn en indien nodig stoppen.
5. Parkeren / stilstaan
Parkeren
of stilstaan op het trottoir is verboden
-
Parkeren en stilstaan zijn verboden op een trottoir.
- Deze regel geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom.
Wagen
staat foutief geparkeerd
-
Parkeren is verboden op plaatsen waar je voetgangers of fietsers of bromfietsers
hindert of hen verplicht de rijbaan te gebruiken.
- Bij het parkeren op bermen, moet langs de buitenkant van de openbare weg
voortaan een vrije ruimte van 1,5 meter (vroeger 1 meter) gelaten worden,
indien voetgangers deze bermen moeten volgen (dus als er geen trottoir is).
VERKEERSBORDEN IN VERBAND MET VOETGANGERS
F49
A21
-
(A) Verkeersbord F49
- (B) Verkeersbord A21
Betekenis: oversteekplaats voor voetgangers.
Verkeersbord
C19
Betekenis: verboden toegang voor voetgangers.
Verkeersbord
A23
Betekenis: Plaats waar (vooral) veel kinderen komen.
Betekenis: Dit nieuwe gebodsbord verplicht voetgangers en fietsers het deel
van de openbare weg te gebruiken dat voor hen is voorbehouden. (Bijvoorbeeld
bij werken die het trottoir in beslag nemen.)
De fietsers mogen de voetgangers die er zich bevinden niet in gevaar brengen.
Verkeersbord
F99a
Betekenis: weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers en
ruiters.
Verkeersbord
F103n
Betekenis: begin van een voetgangerszone.
Verkeersbord
F50bis
Dit bord wijst bestuurders die van richting veranderen op fietsers , bestuurders
van tweewielige bromfietsen en voetgangers die dezelfde openbare weg volgen.
Verkeersbord
F 51
- Bovengrondse oversteekplaats voor voetgangers.
- Ondergrondse oversteekplaats voor voetgangers.
Verkeersbord
12a
Betekenis: begin van een woonerf.
a. Voetgangers in een woonerf:
- In een woonerf is de voetganger baas. Hij mag heel de breedte van de straat
gebruiken. - Als er auto's of fietsers aankomen is het voldoende als de voetganger
gewoon even opzij gaat. Hij mag hen natuurlijk niet de doorgang verhinderen. - Ook
kinderen mogen er op straat spelen.
b. Auto's en fietsers in een woonerf:
- Van bestuurders wordt verwacht dat zij zich netjes tegenover de voetgangers
gedragen. Ze zijn als het ware een gast in hun straat. Dit wil zeggen dat
er traag moet gereden worden (max. 20 km/uur) en dat voetgangers
of spelende kinderen de kans moet gegeven worden om rustig opzij te gaan.
- Parkeren mag enkel binnen de vakken die aangeduid zijn met witte hoeken en een witte letter P.
- Stilstaan voor lossen en laden mag wel op plaatsen waar je de doorgang
van anderen niet hindert.
SPEELSTRAAT(Tip
ex. Het is voldoende als je dit leest).
1. Wat?
- Een openbare weg die
men als speelstraat wil inrichten:
. Moet liggen op een plaats waar de snelheid beperkt is tot 50 km/uur.
. Hij moet liggen in een straat of een wijk die overheersend een woonkarakter
heeft.
. Er mag geen doorgaand verkeer zijn.
. Hij mag niet bediend worden door een geregelde dienst voor gemeenschappelijk
vervoer.
- De weg moet tijdelijk afgesloten worden en telkens tijdens dezelfde uren.
Deze uren worden op het onderbord vermeld.
- Er moeten hekken geplaatst worden met het bord C3 en het onderbord 'speelstraat'.
2. Betekenis
a. doel.
In de speelstraten is de ganse breedte van de openbare weg voorbehouden voor het
spelen, in hoofdzaak door kinderen. De personen die spelen worden gelijkgesteld
met voetgangers. Tijdens de uren dat een openbare weg als speelstraat fungeert,
mag er speelinfrastructuur geplaatst worden.
b. Hebben toegang tot de speelstraat:
. bestuurders van motorvoertuigen, die in de straat wonen of wier garage in die
straat gelegen is;
. prioritaire voertuigen, wanneer de aard van hun opdracht het rechtvaardigt;
. voertuigen in het bezit van een vergunning afgegeven door de beheerder
van deze wegen;
. gebruikers van rolschaatsen en steps;
. fietsers.
c. Parkeren.
De wetgeving voorziet nergens het parkeerverbod in speelstraten. Wat niet verboden
is, is toegelaten, op voorwaarde natuurlijk dat de bestuuders van die motorvoertuigen
in die straat wonen of hun garage in die straat is.
3. Rijgedrag
- De bestuurders die in de speelstraten rijden, moeten dit stapvoets doen;
. Er is in de wetgeving geen beperking voorzien i.v.m. de grootte van het voertuig
waarmee de bestuurders die er wonen mogen rijden.
. Een bewoner die een vrachtwagen heeft, mag met die wagen dus in de speelstraat.
- Bestuurders moeten de doorgang vrij laten voor de voetgangers die er spelen,
hen voorrang verlenen en zo nodig voor hen stoppen.
- Fietsers moeten zonodig afstappen.
- De bestuurders mogen de voetgangers die er spelen niet in gevaar brengen en
niet hinderen.
- Ze moeten bovendien dubbel voorzichtig zijn ten aanzien van kinderen.
PERSONEN DIE AANWIJZINGEN GEVEN(Tip
ex. Het is voldoende als je dit leest)
Deze
persoon draagt geen driekleurige armband rond de linkerarm,
wat wel moet.
-
Om het even wie, van zodra de persoon ten minste 18 jaar oud is, een opleiding
gevolgd heeft en door de burgemeester gemachtigd is kan een gemachtigd opzichter
worden. Het kan gaan om vrijwilligers, leerkrachten, ouders, mensen die
over vrije tijd beschikken, toeristische gidsen of gidsen van jeugdbewegingen,
monitoren, stadswachten, sociale helpers, personeel van rusthuizen en beschutte
werkplaatsen, enz...
- Binnen de gemeente(n) waar de gemachtigde opzichters
gemachtigd zijn, mogen zij aan de weggebruikers aanwijzingen
geven om kinderen, scholieren, bejaarden en/of mensen met een handicap,
te laten oversteken.
- Het is gemachtigde opzichters niet toegelaten om het verkeer te doen stoppen
om één enkel kind te laten oversteken. Zij mogen dat kind
wel begeleiden naar de overkant.
- Wanneer een gemachtigde opzichter het bord C3 op een
stokje omhoogsteekt, moeten bestuurders stoppen en de voetgangers laten
oversteken. Dit mogen zij echter niet op een kruispunt met verkeerslichten.
Goed
om weten:
Gemachtigd opzichter
Wil je alles weten over een gemachtigd opzichter, click dan HIER
GROEPEN VOETGANGERS
(Tip ex. Het is voldoende als je dit eens leest)
1. Stoeten, processies:
- Stoeten, processies en voetgangers in groep vergezeld van een leider, die de
rijbaan volgen moeten rechts gaan.
- De aanvulling op Art. 42.3 (uit straatcode) stelt dat groepen voetgangers van
minimum vijf personen die op de rijbaan lopen, vergezeld van een leider, niet
verplicht zijn om rechts te lopen. Zij mogen ook links op de rijbaan lopen, op
voorwaarde dat ze achter elkaar stappen.
2. Verlichting:
- Tussen valavond en zonsopgang (of overdag als de zichtbaarheid slecht is en
deze niet verder reikt dan 200 m), moet de groep die de rijbaan volgt op de volgende
manier gesignaleerd zijn: a. als ze rechts stapt : een wit of geel licht links vooraan
en een rood licht links achteraan; b. als ze links stapt: een rood licht rechts vooraan , en een
wit of een geel licht rechts achteraan.