Goed
om weten:
Snelheid.
Op de openbare weg moet iedere bestuurder met aangepaste snelheid
rijden. Dit wil zeggen dat hij de snelheid waarmee hij rijdt zo moet regelen,
dat hij altijd op tijd moet kunnen stoppen.
In het verkeersreglement staan een reeks bepalingen over de maximaal toegelaten
snelheid op openbare wegen en snelheidsbeperkingen. Deze reglementen perfect
naleven is echter onvoldoende. Elke bestuurder moet daarenboven ook rekening
houden met de weersomstandigheden, de staat van het wegdek, de toestand
en de aard van de lading van zijn voertuig, met de drukte op de weg en
met tal van onvoorziene hindernissen die kunnen opduiken. Daarenboven
is het mogelijk dat je in een zone komt waar veel zwakke weggebruikers
vertoeven.
Snelheid en stoppen.
Bij iedere snelheid die je rijdt is de afstand waarna je stil komt te
staan de ene keer korter en de andere keer langer. Volgende oorzaken hebben
hiermee te maken:
- Op welk soort wegdek rijd je? Is het een aardeweg, een geasfalteerd
wegdek, fluisterasfalt, ligt er beton of bestaat het wegdek misschien
uit klinkers?
- In welke staat is het wegdek? Is het nat of droog? Ligt er sneeuw, ijzel,
zand of modder op het wegdek? Is het goed onderhouden of zijn er putten
en verzakkingen? Zijn de wegmarkeringen goed zichtbaar of niet?
- Hoe zit het met de lading van het voertuig en het aantal passagiers.
Een lege wagen zal immers vlugger kunnen stoppen dan een volle. |