In dit filmpje leer je wat je voor het theorie-examen moet kennen i.v.m. de verkeerslichten.
2. Theorie / samenvatting van het filmpje
DE RONDE VERKEERSLICHTEN
1. Rond rood verkeerslicht.
Brandt een rond rood verkeerlicht rechts van jou, dan duidt een stopstreep, de plaats aan waar je moet stoppen.
Is er geen stopstreep, dan mag je niet voorbij het verkeerslicht rijden.
ANIMATIE
Wil je deze animatie in het groot zien, klik dan hiernaast op het logo van derijprof.be.
2. Waar staat het ronde verkeerslicht?
Een rond verkeerslicht moet rechts van jou staan.
Het mag boven de de rijbaan en ook links van de rijbaan herhaald worden.
3. Wat als het enkel links staat?
Staat het enkel links van jou, dan moet je er geen rekening mee houden.
Zo mag de bestuurder van deze rode auto het kruispunt oprijden.
4. Opstelvak voor fietsers en tweewielige bromfietsen.
Op sommige kruispunten is met een wegmarkering een opstelvak voor fietsers en tweewielige bromfietsen gemaakt.
Auto's moeten, als het licht oranjegeel wordt of rood is, stoppen voor de eerste stopstreep.
Dat is de streep die de bestuurders het eerste zien.
Fietsers en tweewielige bromfietsen stoppen voor de tweede stopstreep. Dat is de streep die het dichtst bij het kruispunt is.
EEN ROND GROEN LICHT
1. Wat betekent het?
Wordt het licht groen, dan mag je het kruispunt oprijden, op voorwaarde dat het vrij is.
2. Borden betreffende de voorrang onder het verkeerslicht.
Op veel plaatsen zul je onder het groene licht een bord zien staan dat de voorrang regelt.
Deze borden gelden niet als de verkeerslichten werken.
3. Groen licht vervangen door een oranjegeel licht.
Soms wordt het groen licht vervangen door een oranjegeel knipperlicht.
Ook dan mag je doorrijden, maar dan moet je dubbel voorzichtig zijn en rekening
houden met de voorrangsregels.
ROND ORANJEGEEL LICHT
1. Betekenis rond oranjegeel licht.
Wordt het licht oranjegeel, dan mag je het niet voorbijrijden en stop je voor de stopstreep.
Je mag enkel voorbij een oranjegeel licht rijden, als je echt niet veilig meer kunt stoppen (zie onderstaande animatie).
Na enkele seconden wordt het licht rood.
ANIMATIE
Wil je deze animatie in het groot zien, klik dan hiernaast op het logo van derijprof.be.
2. Knipperend oranjegeel licht.
Je mag wel voorbij een knipperend oranjegeel licht rijden, maar dan moet je wel rekening houden met de borden
die de voorrang regelen en met de voorrangsregels en extra voorzichtig zijn.
FIETSERS VOORBIJ EEN ROOD OF ORANJEGEEL LICHT
1. Borden B22 en B23. (NIEUW vanaf 1 oktober 2012)
Wanneer bij de verkeerslichten de borden B22 en/of B23 staan, dan mogen fietsers zonder problemen voorbij het rood of oranjegeel licht rijden. Deze verkeersborden hebben er dus voorrang op deze verkeerslichten.
De borden B22 en B23 worden bevestigd op de paal van de verkeerslichten.
Wanneer het om het B22-bord gaat, mag een fietser voorbij het rode of oranjegele licht rijden en naar rechts afslaan.
Bij het bord B23 mag de fietser rechtdoor voorbij het rode of oranje licht rijden.
De fietsers die voorbij deze lichten rijden moeten wel voorrang verlenen aan alle weggebruikers op de dwarsende weg.
PIJLEN DIE DE RONDE LICHTEN VERVANGEN
Het rode licht, het vast oranjegeel licht en het groene licht mogen respectievelijk vervangen worden
door één of meer rode, oranjegele of groene pijlen.
Deze pijlen hebben dezelfde betekenis als de ronde lichten, maar het verbod (rood) of de toelating (groen) geldt
dan enkel voor de richtingen die door de pijlen worden aangegeven.
ROOD VERKEERSLICHT EN GROENE PIJL
Betekenis?
Soms is bij de ronde verkeerslichten een groene pijl geplaatst.
Brandt een groene pijl, terwijl ook het ronde rode licht brandt, dan wil dit zeggen dat voertuigen in de richting van de pijl mogen afslaan.
Maar wil een bestuurder het kruispunt oprijden, moet hij wel heel voorzichtig zijn en voorrang verlenen
aan alle weggebruikers die uit de andere richtingen komen.
Voorbeeld.
De blauwe auto mag het kruispunt oprijden, maar hij moet éérst voorrang verlenen aan weggebruikers
(de voetganger) die uit andere richtingen komen.
ONTRUIMINGSPIJL
Wat is het?
Op een kruispunt, waar normaal het grootste deel van het verkeer naar links afslaat,
kan een afzonderlijk geplaatste groene pijl aanduiden dat het verkeer, dat uit de tegenovergestelde richting komt,
tegengehouden wordt door een rood licht.
Bestuurders die naar links moeten, kunnen zo gemakkelijk het kruispunt ontruimen.
Hoe moet je reageren?
Wanneer er geen tegenliggers zijn, mag je het kruispunt natuurlijk al
ontruimen voor de groene ontruimingspijl brandt.
Brandt de groene ontruimingspijl, dan mag je niet nog vlugvlug voorbij een rood licht het kruispunt oprijden.
PIJLEN BOVEN DE RIJSTROKEN
Op sommige grote wegen hangen boven de rijstroken pijlen.
Groene pijl.
Groene pijlen boven de rijstroken willen zeggen dat het toegelaten is om op deze rijstroken te rijden.
Maar hou er rekening mee dat je in normale omstandigheden de meest rechtse rijstrook moet kiezen.
De linkse rijstroken mag je gebruiken om:
. links in te halen,
. of waar blauwe borden met pijlen staan, om je naar een
bepaalde bestemming te begeven,
. of bij heel druk fileverkeer.
Oranjegele pijl.
Een oranjegele pijl zegt dat je een bepaalde rijstrook moet verlaten.
Rood kruis.
Verschijnt een rood kruis, dan mag je helemaal niet meer op die rijstrook rijden.
LICHTEN BIJ EEN OVERWEG
1. Knipperend maanwit licht.
Nader je een overweg en knippert het maanwit licht, dan mag je de overweg oprijden.
2. Links inhalen op een overweg.
Ik herinner er jullie nog even aan dat, als een overweg wordt aangeduid
door een van deze borden en het maanwit licht knippert (of als er slagbomen zijn), je dan voertuigen links mag inhalen.
3. Rode knipperende lichten.
Beurteling knipperende rode lichten zeggen dat niemand de overweg mag oversteken, ook geen voetgangers.
(Tip examen) Voorbij deze rode lichten rijden, is een ernstige overtreding en zoals bij elke ernstige overtreding kan je rijbewijs meteen ingetrokken worden.
VERKEERSLICHTEN VOOR VOETGANGERS EN FIETSERS
Autobestuurders moeten geen rekening houden met de speciale lichten voor voetgangers of voor fietsers en tweewielige bromfietsen.
TRAMS
1. Knipperend maanwit licht.
Er zijn ook lichten voor trams.
2. Betekenis van de lichten.
(Gewoon ter informatie voor wie het wil weten)
1. Omgekeerde driehoek heeft dezelfde betekenis als groen licht.
2. Cirkel heeft dezelfde betekenis als vast oranjegeel licht.
3. Horizontale balk heeft dezelfde betekenis als rood licht.
4. Verticale balk geeft toelating alleen rechtdoor te rijden.
5. en 6. Schuine balk naar rechts of links geeft toelating om alleen in die richting te rijden.
3. Verkeersborden
In deze les komen geen nieuwe verkeersborden aan bod.
4. Oefenvragen
Maak nu oefenvragen die bij deze les horen.
Met een OEFEN-code kun je ook de extra oefenvragen maken.
Met een ALLES-code kun je de extra oefenvragen maken, het praktijkboek downloaden en al onze proefexamens maken.
DE 10 GRATIS OEFENVRAGEN:
DE REEKS 25 OEFENVRAGEN:
SOORT CODE
EURO
DAGEN GELDIG
EXTRA
OEFENINGEN
PRAKTIJKBOEK DOWNLOADEN
PROEFEXAMENS MAKEN
SMS naar 3411 het woord:
ALLES-CODE
3,5
3
JA
JA
JA
ALLES
OEFEN-CODE
2,5
2
JA
NEEN
NEEN
OEFEN
PRAKTIJKBOEK-CODE
2,5
2
NEEN
JA
NEEN
PRAKTIJK
PROEFEXAMENS-CODE
2,5
2
NEEN
NEEN
JA
RIJBEWIJS
5. Proefexamens
Onze proefexamens zijn up-to-date met de echte examens.
Maak onze proefexamens zodra je de filmpjes van alle lessen hebt gezien.
JONGEREN DIE NIET SLAAGDEN VOOR HET PRAKTIJKEXAMEN OP ONS FORUM:
"Ik wist niet dat ..." (of) "Mijn instructeur heeft me nooit verteld dat..." (of) "Mijn begeleider had het mij nochtans zo aangeleerd...".
Zorg ervoor dat jij goed geinformeerd aan je praktijkopleiding kunt beginnen en nadien met succes het praktijkexamen kunt afleggen.
BEGELEIDERS leren vaak bepaalde rijtechnieken foutief aan. Leer je rijden met begeleider, laat die dan nu al maar meteen het praktijkboek (145 p.) grondig doornemen.