|
PLAATS OP
OPENBARE WEG
In
dit hoofdstuk gaan we dieper in op de plaats van de weggebruikers op de
openbare weg.
|
|
INHOUD:
ALGEMENE REGEL.
ER IS EEN FIETSPAD.
- 1. Fietspad aangeduid door wegmarkeringen.
- 2. Fietspad aangeduid door verkeersborden D7
en D9.
- 3. Verkeersbord D10.
- 4. Drie- en vierwielers zonder motor.
- 5. Bromfietsers klasse B.
ER IS GEEN FIETSPAD.
DIVERSE.
- Bestuurders van niet ingespannen trekdieren,
rijdieren, vee.
- Rijbanen
- Motorfiets
- Binnen de bebouwde kom
- File
- Zuilen en verkeersgeleiders
- Plein
AFSTAND HOUDEN
- 1. Veilige afstand tussen voertuigen
- 2. Rijden in konvooi |
|
|
ALGEME REGEL
Wanneer
de openbare weg een rijbaan omvat moeten de bestuurders
deze rijbaan volgen.
Elke bestuurder die de rijbaan volgt, moet zo dicht mogelijk bij de
rechterrand van de rijbaan blijven.
Hij moet rekening houden met:
|
.
De minder goede staat van de rijbaan. De rand van de rijbaan
kan immers afgebrokkeld zijn. In de winter ligt er
vaak
opgehoopte sneeuw.
. Andere weggebruikers als voetgangers,
fietsers of bromfietsers.
. Hindernissen die soms bij de rand
van de rijbaan staan. |
ER IS EEN FIETSPAD
FIETSPAD AANGEDUID DOOR WEGMAKERINGEN
 |
|
-
Wanneer de openbare weg een berijdbaar fietspad heeft dat
aangeduid is door wegmarkeringen zoals bepaald in artikel
74, dan moeten de fietsers en bestuurders van tweewielige
bromfietsen klasse A, dit fietspad volgen voor zover het
rechts in hun rijrichting ligt.
- Bromfietsers klasse B (vanaf 1 maart
2007)
. MOGEN het volgen op wegen waar de maximumsnelheid 50 km/uur
is.
. MOETEN het volgen op wegen waar de maximumsnelheid hoger
is dan 50 km/uur.
- Zij mogen een dergelijk fietspad niet
volgen, wanneer dit links in hun rijrichting ligt.
|
FIETSPAD AANGEDUID DOOR VERKEERSBORDEN D7 EN D9
D7 |
|
D9 |
|
-
Omvat de openbare weg een berijdbaar fietspad, aangeduid door het verkeersbord
D7 of D9, dan moeten de fietsers en bestuurders
van tweewielige bromfietsen klasse A, dit fietspad volgen, voor zover het
in de door hen gevolgde rijrichting is gesignaleerd. |
- Evenwel, wanneer een dergelijk fietspad links in hun rijrichting ligt, moeten
zij dit niet volgen, indien bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen en op
voorwaarde rechts in hun rijrichting te rijden.
3. Verkeersbord D10
 |
|
-
Is een deel van de openbare weg aangeduid met het verkeersbord D10,
dan moeten fietsers en voetgangers dit deel van de openbare weg gebruiken.
(Geen bromfietsers) |
4. Drie- en vierwielers zonder motor
- De drie- en vierwielers zonder motor waarvan de breedte, lading inbegrepen,
minder is dan 1 meter, mogen eveneens het fietspad volgen.
5. Bromfietsers klasse B
- Op wegen met een maximumsnelheid tot 50 km/uur (bv bebouwde
kom, erf, zone 30 ...) MOGEN de bestuurders van
tweewielige bromfietsen klasse B in dezelfde omstandigheden het
fietspad aangeduid door het verkeersbord D7 of
door wegmarkeringen zoals bepaald in artikel 74 volgen, op voorwaarde
dat zij de andere weggebruikers die zich hierop bevinden niet
in gevaar brengen.
- Op wegen met een maximumsnelheid hoger dan 50 km/uur MOETEN
de bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse B in dezelfde
omstandigheden het fietspad aangeduid door het verkeersbord D7
of door wegmarkeringen zoals bepaald in artikel 74 volgen, op
voorwaarde dat zij de andere weggebruikers die zich hierop bevinden
niet in gevaar brengen.
- Maar:
 |
|
a.
Indien het fietspad gesignaleerd is met het bord D7 en
daaronder het onderbord M6, moeten zij het fietspad volgen;
|
 |
|
b.
Indien het fietspad gesignaleerd is met het bord D7 en
daaronder het onderbord M7, mogen zij het fietspad niet
volgen. |
6.
- Wanneer de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen het fietspad
moeten volgen, mogen zij dat verlaten om van richting te veranderen, om in te
halen of om omheen een hindernis te rijden.
ER IS GEEN FIETSPAD
1. Zo er geen fietspad is, en op voorwaarde rechts
in de rijrichting te rijden en voorrang te verlenen aan de weggebruikers
die zich op deze delen van de openbare weg bevinden, mogen fietsers
en bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A de gelijkgrondse
bermen en parkeerzones bedoeld in artikel 75.2 volgen en,
- buiten de bebouwde kommen, mogen de fietsers bovendien de trottoirs en verhoogde
bermen volgen.
2. Fietsers jonger dan 9 jaar:
- Fietsers van minder dan 9 jaar mogen evenwel in alle omstandigheden de trottoirs
en verhoogde bermen volgen, voor zover hun fiets uitgerust is met wielen met een
diameter van ten hoogste 500 mm, banden niet inbegrepen en op voorwaarde dat zij
de andere weggebruikers niet in gevaar brengen.
BESTUURDERS VAN NIET INGESPANNEN TREKDIEREN,
RIJDIEREN, LASTDIEREN, VEE
- De bestuurders van niet ingespannen trekdieren, van last- of rijdieren of van
vee mogen, buiten de bebouwde kommen, de gelijkgrondse
bermen volgen die rechts in hun richting liggen, op voorwaarde dat zij
de andere weggebruikers niet in gevaar brengen.
RIJBANEN
- Wanneer de openbare weg twee of drie rijbanen omvat die duidelijk van elkaar
gescheiden zijn, inzonderheid door een effen grond, een niet voor voertuigen toegankelijke
ruimte, een verschil in niveau, mogen de bestuurders de ten opzichte van hun rijrichting
links gelegen rijbaan niet volgen, behoudens plaatselijke reglementering.
- Elke bestuurder die de rijbaan volgt moet zo dicht mogelijk bij de rechterrand
van die rijbaan blijven, behalve op pleinen of om de aanwijzingen van
de verkeersborden F 13 en F 15 op te volgen.
 |
|
 |
|
-
De bestuurder die de aanwijzingen van de verkeersborden F13
en F15 heeft opgevolgd, moet zijn plaats rechts opnieuw
innemen zodra de omstandigheden het toelaten.
|
- Behalve indien een gedeelte van de openbare weg voor hem is voorbehouden, moet
de bestuurder niet zo dicht mogelijk bij de rechterrand van de rijbaan rijden
op een rotonde. Hij moet evenwel de markeringen die de rijstroken afbakenen, in
acht nemen. In dat geval mag hij de rijstrook volgen die best aan zijn bestemming
beantwoordt.
MOTORFIETS
 |
|
-
In afwijking van de verplichting zo dicht mogelijk bij de rechterrand van
de rijbaan te blijven, mag de bestuurder van een motorfiets op een rijbaan
die niet verdeeld is in rijstroken zich over de ganse breedte begeven voor
zover deze slechts opengesteld is in zijn rijrichting en op de helft van
de breedte langs de rechterzijde indien de rijbaan opengesteld is in beide
rijrichtingen. |
- Het is het geheel van het voertuig, de bestuurder, de passagier en de lading
die in aanmerking moeten worden genomen om de plaats van de motorfietser te bepalen.
- De rijbewegingen door de bestuurder van een motorfiets uitgevoerd op het gedeelte
van de rijbaan dat hij mag innemen, worden niet als manoeuvres zoals bedoeld in
artikel 12.4 beschouwd en vereisen geen gebruik van de richtingaanwijzers.
- De bestuurder mag echter niet de inhaalbewegingen hinderen waarmee achterliggers
begonnen zijn.
BINNEN BEBOUWDE KOM
(Tip ex) - Binnen de bebouwde kommen
mogen de bestuurders de rijstrook volgen die het best aan hun bestemming
beantwoordt:
 |
|
a.
op de rijbanen met éénrichtingsverkeer in rijstroken verdeeld;
b. op de rijbanen met tweerichtingsverkeer in vier of meer
rijstroken verdeeld, waarvan er ten minste twee bestemd zijn voor iedere
rijrichting. |
FILE
- Wanneer de verkeersdichtheid het rechtvaardigt, mag het verkeer in meerdere
files geschieden:
a. op rijbanen met tweerichtingsverkeer in vier of meer rijstroken
verdeeld, op voorwaarde dat alleen gereden wordt op de rijstroken bestemd voor
het verkeer in de gevolgde rijrichting;
b. op rijbanen met éénrichtingsverkeer;
c. op rijbanen verdeeld in rijstroken waarboven verkeerslichten
als bedoeld in artikel 63.2. zijn aangebracht.
ZUILEN EN VERKEERSGELEIDERS
 |
|
(Tip
ex)
- Behoudens plaatselijke reglementering moet elke bestuurder de inrichtingen
bestemd om het verkeer te leiden, zoals zuilen en verkeersgeleiders, aan
zijn linkerhand laten. |
 |
|
(Tip
ex) - Hij moet ook de vluchtheuvels aan zijn linkerhand
laten tenzij wanneer de behoeften van het verkeer het rechtvaardigen deze
aan zijn rechterhand te laten. |
 |
|
(Tip
ex) - De verplichting langs een enkele zijde voorbij te
rijden kan evenwel opgelegd worden door het verkeersbord D1.
|
PLEIN
Als het verkeer op pleinen niet door verkeersborden of door wegmarkeringen wordt
geregeld, is een bestuurder niet verplicht uiterst rechts te rijden.
AFSTAND HOUDEN
1. Veilige afstand tussen voertuigen.
- Elke bestuurder moet ervoor zorgen dat hij voldoende afstand houdt van zijn
voorligger.
- Hoe sneller men rijdt, hoe groter de afstand zal bedragen.
- (Tip ex) Een formule om de afstand
die moet gehouden worden te berekenen is: "SNELHEID : 2"
.
Voorbeeld:
. Rijd je 50 km/uur, dan is de veilige afstand: (50 : 2) 25 meter.
. Rijd je 80 km/uur, dan is de veilige afstand: (80 : 2) 40 meter.
. Rijd je 120 km/uur, dan is de veilige afstand: (120 : 2) 60 meter.
2. Rijden in groep (konvooi)
- BUITEN DE BEBOUWDE KOM: Rijd je in konvooi, dan moet de onderlinge afstand
50 meter bedragen.
(c)
Gratis Rijbewijs Online / 2004 - 2009
|
|