Om het toezicht in alle veiligheid te kunnen
vervullen is het volstrekt noodzakelijk dat de vereiste garanties voorhanden
zijn, zowel voor de opzichters als voor de personen voor wie ze optreden: kinderen,
scholieren, bejaarden of personen met een handicap.
Er moet dus aandacht worden geschonken aan de leeftijd, de opleiding en het
kader waarin de gemachtigde opzichters gaan fungeren.
Dit rondschrijven geeft een geactualiseerd overzicht van deze aspecten.
3.1. Reglementaire bepalingen
3.1.1. Het verkeersreglement.
Artikel 40bis - Gedrag tegenover groepen kinderen, scholieren, personen met
een handicap en bejaarden.
40bis 1. Het is de weggebruikers verboden te
breken door een groep kinderen, scholieren, personen met een handicap of bejaarden:
1° ofwel in rijen, vergezeld van een leider;
2° ofwel die de rijbaan oversteekt onder de controle van een jeugdverkeersbrigade,
van een leider of van een gemachtigd opzichter.
40bis 2. De weggebruikers moeten de aanwijzigingen opvolgen die ter beveiliging
van het oversteken van kinderen, scholieren, personen met een handicap of bejaarden,
door daartoe gemachtigde opzichters worden gegeven.
40bis 3. Om het verkeer stil te leggen, moeten de gemachtigde opzichters gebruik
maken van een schijf waarop het verkeersbord C3 afgebeeld is en waarvan de karakteristieken
bepaald worden door de Minister van Verkeerswezen.
C3
Artikel 59.21. De opzichters bedoeld in artikel 40bis 1.2° moeten ten minste 18 jaar oud zijn en gemachtigd zijn door de burgemeester van de gemeente waar zij hun taak uitoefenen, na een gepaste opleiding door de gemeentelijke politie of de rijkswacht. Zij dragen om de linkerarm een band met, horizontaal, de nationale kleuren en, in zwarte letters op de gele strook, de naam van de gemeente.
3.1.2. Ministerieel besluit van 1 december
1975
tot vaststelling van de kenmerken van bepaalde schijven, bebakeningen, platen
en aanduidingen die voorgeschreven zijn door het algemeen reglement op de politie
van het wegverkeer
Zie punt 3.6 hierna.
3.2. Wie kan gemachtigd opzichter worden ?
Om het even wie van zodra de persoon ten minste
18 jaar oud is, een opleiding heeft gevolgd en door de burgemeester gemachtigd
is.
Het kan gaan om vrijwilligers, leerkrachten, ouders, mensen die over vrije tijd
beschikken, toeristische gidsen of gidsen van jeugdbewegingen, monitoren, stadswachten,
sociale helpers, personeel van rusthuizen en beschutte werkplaatsen, enz.....
Er zijn dus heel wat mogelijkheden op dit gebied.
3.3. Organisatie van de opleiding
3.3.1. De opleiding
De leeftijdsgrens om ingezet te worden, is dus
18 jaar; de opleiding zelf kan natuurlijk net voordien gestart worden.
De kandidaat opzichters die minderjarig zijn, moeten een geschreven toelating
van hun ouders of voogd(en) voorleggen om aan de opleiding te mogen deelnemen.
De opleiding omvat logischerwijze een theoretisch en een praktisch luik.
Het theorie-gedeelte (in algemene regel 3 uren), wordt vooral gericht op :
de plaats van de voetganger en het oversteken
van de rijbaan (regels en methodes);
het gedrag van de bestuurders tegenover de voetgangers;
de signalisatie;
de voorzichtigheidsregels die in acht moeten worden genomen;
het anticiperen op gedragingen en ook op de fouten die de weggebruikers kunnen
begaan;
beoordeling van de verkeersomstandigheden (remafstand, bijzondere problemen
bij het oversteken, context van het verkeer, enz.....).
Het praktisch gedeelte (ten minste een halve dag in het reële verkeer)
is van groot belang, want het is hier dat de toekomstige gemachtigde opzichters
hun functie waar zullen moeten maken, namelijk:
de gepaste handelwijze wanneer ze aanwijzingen
geven aan de bestuurders of wanneer ze het verkeer stilleggen;
het omzetten van de theorie in de praktijk en vooral de correcte inschatting
van het verkeersgebeuren.
Het is van belang dat de gemachtigd opzichter zijn verworven kennis onmiddellijk
na zijn opleiding in de praktijk kan brengen.
Het verdient ten zeerste aanbeveling de opleiding te actualiseren na verloop
van tijd, zeker ten aanzien van personen die reeds meerdere jaren geleden als
opzichter werden gemachtigd. De reglementering ten aanzien van de voetgangers
is in de voorbije jaren, zoals in de inleiding vermeld, dermate gewijzigd dat
"een opfrissing" noodzakelijk lijkt.
3.3.2. De personen die voor de opleiding instaan
De opleiding wordt toevertrouwd aan de lokale
politiediensten.
Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de aanwijzing van de personeelsleden
die de cursussen theorie en praktijk geven.
In dit opzicht kan een beroep worden gedaan op een persoon die goed vertrouwd
is met het terrein van de verkeersveiligheid om b.v. de theoriecursus te geven.
De beoordeling van de kandidaat in zijn toekomstige hoedanigheid van gemachtigd
opzichter moet niet gepaard gaan met het afleggen van een proef; het is echter
wel wenselijk dat nagegaan wordt of de kandidaat zijn opdracht zal aankunnen.
3.4. De machtiging - Het toezicht door de overheid
De machtiging gaat uit van de burgemeester van
de stad of de gemeente waarin de opzichter zijn taak zal waarnemen. Het getuigschrift
betreffende de machtiging wordt afgegeven na afloop van het praktische gedeelte
van de opleiding.
Het getuigschrift wordt in principe voor onbeperkte duur afgegeven.
Het zou ook voor een beperkte duur afgegeven kunnen worden, zowat te beschouwen
als een proefperiode.
De gemachtigd opzichter wordt logischerwijze aangesteld door de overheid die
hem gemachtigd heeft. Deze overheid houdt vanzelfsprekend rekening met het feit
dat leerkrachten of de ouder van een leerling best kunnen optreden in de omgeving
van de school waar ze les geven of waar zijn kinderen schoolgaan.
Het personeel van rusthuizen, beschutte werkplaatsen en van instellingen voor
personen met een handicap, treedt uiteraard best op in de omgeving waarmee het
vertrouwd is.
Het is ook de gemeentelijke overheid die, langs de politiediensten om, op de
activiteiten van de gemachtigde opzichters toezicht houdt en die in voorkomend
geval optreedt tegen een opzichter die foutief gehandeld zou hebben in het kader
van zijn activiteiten. In dit geval kan de machtiging ingetrokken worden.
Er is reeds aangestipt dat de werkelijke machtiging tot gemachtigd opzichter
zonder verwijl moet volgen op de opleiding; daarbij komt dat ook de prestaties
(de frequentie van het optreden) met betrekkelijke regelmaat moeten verlopen.
De gemachtigd opzichter die zijn taak wenst te beëindigen, moet, behalve
bij overmacht, de overheid hiervan op de hoogte brengen, b.v. via de plaatselijke
verantwoordelijke bij de politie.
Aangezien de machtiging afgegeven wordt door de burgemeester en de lokale politie
superviseert, worden de bevoegdheden van gemachtigd opzichter uitgeoefend binnen
de grenzen van de gemeente waar hij gemachtigd is.
Het kan gebeuren dat hij in een naburige gemeente optreedt (uitstap van een
groep schoolkinderen, van personen met een handicap waar hij regelmatig op toeziet...);
in dit geval moet de betrokken gemeente haar toestemming geven.
In bijlage bij dit rondschrijven is een model van verklaring van vrijwilligerschap
(bijlage 1) en een model van machtiging (bijlage 2) als gemachtigd opzichter
gevoegd.
3.5. Verzekering
Het verzekeringsprobleem dient met de meeste zorg te worden geregeld. De stad of de gemeente moet zich tot haar verzekeraar wenden ten einde de opzichters te laten verzekeren tegen:
burgerlijke aansprakelijkheid krachtens de artikelen
1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek. Wat de minderjarige kandidaat opzichters
betreft, moet tevens de aansprakelijkheid van ouders of voogden verzekerd zijn
(art. 1384 van het Burgerlijk Wetboek);
persoonsschade en zaakschade, voortkomend uit ongevallen die zouden gebeuren
bij het uitoefenen van de taak of op de weg van of naar de plaats waar de taak
wordt uitgeoefend.
Er moet ook worden onderzocht of personen die in het kader van hun beroepsbezigheid
gedekt zijn door een verzekering (bv. leerkrachten, personeel van een rustoord),
ook gedekt zijn in hun hoedanigheid van gemachtigd opzichter.
3.6. Uitrusting
Het werd niet opportuun geacht een complete
uitrusting met uniform voor te schrijven.
Niettemin is de herkenbaarheid een belangrijke veiligheidsfactor in het systeem
voor de opzichters zelf, voor de personen die ze beveiligen en ook voor de naderende
bestuurders; zij moeten immers - tijdig en zonder aarzelingen - hun rijgedrag
kunnen regelen.
Artikel 59.21 van het verkeersreglement schrijft
dan ook de minimale uitrusting van de opzichters voor. Ze moet bestaan uit een
band die om de linkerarm wordt gedragen met, horizontaal de nationale kleuren
en, in zwarte letters op de gele strook, de naam van de gemeente.
De opzichters moeten daarenboven een bordje bij zich hebben waarvan het gebruik
verplicht is om het verkeer te mogen stilleggen (artikel 40bis 3 van het verkeersreglement).
Dit bordje (op steel) is een reproductie, langs beide kanten, van het verbodsbord
C3 d.w.z. een witte schijf met rode rand. Het moet een middellijn hebben van
ten minste 15 cm en het moet voorzien zijn van:
ofwel reflecterende producten;
ofwel een eigen verlichting in de rode rand;
ofwel beide middelen samen (1).
C3
Het is daarenboven aanbevolen deze uitrusting aan te vullen met kleding, overgooiers of allerlei toebehoren, geel of oranjekleurig en reflecterend. Op de kleding en overgooier kan bovendien de vermelding "gemachtigd opzichter" aangebracht zijn.
3.7. Het kader van optreden van de gemachtigde opzichters
| Algemeenheden | Bevoegdheden | Bijzondere gevallen |
3.7.1. Algemeenheden
De wijziging van het algemeen verkeersreglement
betreffende de begeleiding van groepen van personen met een handicap of bejaarden
door gemachtigde opzichters enerzijds en een ruimere benadering van de taak
van de gemachtigde opzichters bij groepen kinderen of scholieren anderzijds,
maken de grote nieuwigheden van dit rondschrijven uit.
De gemachtigde opzichters mogen dus de groepen helpen op hun tocht van, naar
en aan school, ofwel van, naar en aan een of andere plaats waar een activiteit
is, en dit zonder beperking.
Onder "groep" moet hier verstaan worden, een geheel van personen met
gemeenschappelijke kenmerken (kinderen, scholieren, bejaarden of personen met
een handicap). Gemengde groepen zijn ook mogelijk.
De vraag is vaak gesteld naar vereisten inzake het minimum aantal personen waaruit
een groep moet bestaan. Het gaat in de eerste plaats om een feitelijke toestand;
toch blijkt het niet erg realistisch te zijn ervan uit te gaan dat twee personen
een groep vormen; een groep moet toch in zekere zin een samenhangend geheel
van meerdere personen zijn die een zekere omvang heeft.
Wanneer de gemachtigd opzichter te maken heeft met heel kleine "groepen",
ja zelfs met één persoon (b.v. een kind dat op weg naar school
is), kan hij steeds met raadgevingen bijspringen, zonder per se het verkeer
stil te leggen.
Onder "kinderen, scholieren", bejaarden en personen met een handicap,
moet worden verstaan:
kinderen : minderjarige personen buiten schoolverband;
scholieren : jongens en meisjes die de kleuterschool, de basisschool of de middelbare
school bezoeken;
bejaarden : personen vanaf ongeveer 60 jaar;
personen met een handicap : personen met een fysische of geestelijke handicap.
Eenzelfde opzichter mag b.v. een groep scholieren of een groep personen met
een handicap begeleiden.
Toch kan uit de dagelijkse praktijk, uit de kenmerken en gedragingen van de
respectieve groepen, en uit de sterk verschillende verplaatsingsomgeving een
zekere "specialisering" van de gemachtigd opzichter voortvloeien;
hij kan m.a.w. de ervaring die hij verworven heeft in een bepaalde context,
te nutte maken.
3.7.2. Bevoegdheden
De gemachtigd opzichter kan het verkeer stilleggen
om de groepen kinderen, scholieren, bejaarden of personen met een handicap te
laten oversteken.
Hij kan deze groepen ook verbieden om over te steken zolang het verkeer niet
tot stilstand is gekomen en/of zolang de verkeersomstan-digheden niet optimaal
veilig zijn wat betekent dat in dat geval voor die groepen de bepaling van art.
40.4.2. van het algemeen verkeersreglement met betrekking tot de intentie om
over te steken, niet van toepassing is.
Hij mag eveneens aanwijzingen geven.
Dit moet begrepen worden in zijn gebruikelijke betekenis : een aanwijzing, een
wenk geven, een suggestie doen om iets te doen of niet te doen.
De aanwijzingen hebben dus nooit de waarde of de bindende kracht van een bevel;
ze hebben steeds betrekking op "de bescherming van het oversteken van groepen
kinderen, scholieren, personen met een handicap of bejaarden".
Aangezien de gemachtigd opzichter geen politieagent of hulpagent is, kan hij
geen proces-verbaal opstellen naar aanleiding van een overtreding. Hij kan ook
geen identiteitscontroles doen.
Wat kan hij wel doen wanneer hij overtredingen waarneemt ?
Net zoals iedere andere burger, hoeft hij niet te handelen, maar hij kan wel
de overtreding aangeven bij de politie (de gegevens noteren die de identificatie
van de overtreder mogelijk maken, nummerplaat, kleur en merk van de auto, gebeurlijk
de kenmerken en bijzonderheden van de bestuurder).
Hij kan ook formeel klacht indienen.
Zijn voornaamste zorg moet zijn het veilig oversteken van de groepen die hij
begeleidt. Toch doet hij er goed aan systematisch de overtredingen te noteren
: op die manier kan hij nagaan of sommige overtredingen of bepaalde gevaarlijke,
onopzettelijke gedragingen herhaaldelijk gebeuren.
In voorkomend geval kan met de politie afgesproken worden dat ze op elk gepast
moment de gemachtigd opzichter zal bijstaan.
In dit geval komt het de politieagenten toe beteugelend op te treden.
3.7.3. Enkele bijzondere gevallen
3.7.3.1. De gemachtigd opzichter treedt in ruime zin op als hulp bij het oversteken van de rijbaan, om het even of er een oversteekplaats voor voetgangers is of niet, of deze oversteekplaats al dan niet beveiligd is door middel van verkeerslichten, of het buiten dan wel op een kruispunt is.
3.7.3.1.1. Wanneer een oversteekplaats voorhanden is die niet beveiligd is door verkeerslichten, bestaat zijn taak erin het oversteken te regelen van de groep(en) waarover hij het toezicht heeft. In dit geval kan het zijn dat hij de groep vraagt te wachten alvorens over te steken in veilige omstandigheden.
3.7.3.1.2. Bij verkeerslichten treedt hij in essentie op "in overeenstemming" met de groene fase voor de voetgangers : hij mag immers de groep niet laten oversteken wanneer het licht op rood staat voor de voetgangers; in dit geval splitst hij de groep.
3.7.3.1.3. Aan de kruispunten bestaat zijn taak er niet in het verkeer op het kruispunt te regelen, maar de overtocht van de groep(en) in alle veiligheid te laten verlopen. Hij begeeft zich dus in principe naar de plaats van doortocht van zijn groep.
3.7.3.2. Wanneer de gemachtigd opzichter met verscheidene groepen te maken heeft die elkaar opvolgen, moet hij het oversteken van de groepen afwisselend met de doortocht van het verkeer laten gebeuren.
3.7.3.3. Als er toevallig personen mee zijn die eigenlijk vreemd zijn aan de groep (b.v. één of meerdere volwassen(en) met een groep scholieren), kan de gemachtigd opzichter daar bezwaarlijk rekening mee houden. Deze personen stappen dan maar mee op.
3.7.3.4. Ter herinnering : prioritaire voertuigen die een dringende opdracht uitvoeren, dit wil zeggen, die gebruik maken van hun blauw zwaailicht en van het speciaal geluidssignaal, hebben voorrang : de gemachtigd opzichter moet ze krachtens art. 59.14 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer laten voorgaan.
3.7.3.5. De gemachtigd opzichter moet bijzonder op zijn hoede zijn voor de aanwezigheid van fietsers, bestuurders van gemotoriseerde tweewielers en van zware voertuigen. Wat deze laatste betreft, hebben ze, buiten hun bijzondere aard, het nadeel dat ze een voertuig dat volgt, kunnen verbergen.
3.7.3.6. De aanwezigheid van een gemachtigd opzichter in de schoolbus of aan de belangrijke stopplaatsen, is een grote troef ter verhoging van de veiligheid bij het in- en uitstappen van kinderen.
3.7.3.7. Zowel bij de opleiding van de gemachtigd opzichter als bij de toewijzing van zijn plaats, moet goed gelet worden op alle plaatselijke kenmerken van zijn werkterrein, namelijk :
rekening houden met de oversteeklengte;
rekening houden met de bijzondere plaatselijke omstandigheden (tramsporen -
trams blijven prioritair ! -) waarin het verkeer verloopt, enz.....;
rekening houden met het feit of men zich bevindt op hoofdwegenis of niet. Zonder
bij voorbaat uit te sluiten dat de gemachtigd opzichter zou ingezet worden op
hoofdwegenis met druk verkeer, moet de lokalisering van een dergelijk optreden
toch met de grootste omzichtigheid gebeuren. In sommige gevallen is het beter
dat de politie zelf optreedt;
er moet overigens een gepaste, evenwichtige verhouding zijn tussen het aantal
gemachtigde opzichters en de uit te voeren taken. Soms kan het nodig zijn dat
twee gemachtigde opzichters aanwezig zijn;
in dezelfde gedachtengang is het aangewezen een echte ploeg gemachtigde opzichters
te vormen zodat de afwezigheid van een lid gemakkelijk verholpen kan worden.
Het is inderdaad van belang dat er continuïteit in de aanwezigheid is;
voor groepen scholieren, kinderen, bejaarden of personen met een handicap kan
de gemachtigd opzichter, tenzij hij op een kritieke plaats is ingezet (b.v.
een grote verzorgingsinstelling, in de nabijheid van een rusthuis, enz...),
de groep begeleiden over het geheel van het af te leggen traject. Hier heeft
hij dan een tweevoudige taak : enerzijds optreden als opzichter in de echte
zin - door het verkeer stil te leggen op welbepaalde punten - en anderzijds
als raadgever hetzij op kritieke plaatsen zoals bij het oversteken van hoofdwegen
hetzij bij het begeleiden van de groep zoals inzake de juiste plaats op de openbare
weg;
in algemene zin moet de gemachtigd opzichter de veiligste plaatsen kiezen om
over te steken (aanwezigheid van oversteekplaatsen voor voetgangers, al dan
niet beveiligd door lichten, lengte van de oversteek, enz.....).
Ten opzichte van een kind, een persoon met een handicap of een bejaarde, is
de gemachtigd opzichter in de allereerste plaats een raadgever;
de bevoegdheden van de gemachtigd opzichter belangen slechts bepaalde groepen
van voetgangers aan. Groepen van fietsers die van zijn optreden gebruik wensen
te maken, moeten afstappen.
Nota
(1) De aandacht wordt vooral gevestigd op het feit dat sinds 5 december 1997
(MB van 26 november 1997), gebruik mag worden gemaakt van een verlichting van
de rode rand van de schijf.
Eugeen
Van Aerschot / www.soundandvision.be
/ 2004 / 2005